Natuurlijk Gedrag
Kalmerende signalen: hoe je hond spanning wegneemt en wat jij ermee doet

Kalmerende signalen zijn de beleefdheidsvormen van de hond: ruim dertig kleine gebaren, in kaart gebracht door de Noorse trainer Turid Rugaas, waarmee honden conflicten voorkomen en spanning wegnemen, bij zichzelf en bij de ander. Een tongetje over de neus, een gaap, een kop die wegdraait, een bochtje lopen in plaats van rechtdoor. Bij Stressless Dogs noemen we dit het stille deel van de hondentaal, en het is de grootste groep signalen die een hond heeft. Honden zijn van nature conflictvermijdend en sociaal vaardig; wie hun beleefdheid leest, begrijpt zijn hond, en wie de signalen zelf gebruikt, wordt door zijn hond begrepen.
In het kort
Kalmerende signalen zijn gedrag dat dreiging wegneemt: vertragen, wegkijken, curven, snuffelen, pauzeren.
Ze betekenen niet automatisch stress. Ook in ontspannen situaties bevestigen honden er de harmonie mee.
Het verschil tussen beleefdheid en spanning zit in de context, de herhaling en de combinatie.
Communicatie escaleert: honden beginnen stil. Grommen komt nooit uit het niets; wij missen alleen de signalen ervoor.
Jij kunt ze zelf inzetten: vertragen, je zijkant tonen, wegkijken, met een bochtje lopen, niet te lang aankijken.
Wat kalmerende signalen zijn
Honden zullen altijd proberen conflicten te vermijden en spanning te verminderen. Vechten is duur, dus beleefdheid is de standaard. Kalmerende signalen zijn de manier waarop een hond zegt: “ik zoek geen ruzie”, “ik heb even ruimte nodig” of “rustig maar, ik regel het”. Ze worden vooral ingezet tijdens interactie, met andere honden en met ons.
Belangrijk: ze zijn niet alleen een teken van spanning. Ook in ontspannen situaties zie je ze, ter bevestiging dat alles goed zit. Een hond die tijdens het spel even wegkijkt of snuffelt, houdt het spel leuk.
De signalen op een rij
Tongelen. De tong komt heel even over de neus of de lippen. Het meest voorkomende signaal en het meest gemiste.
Gapen terwijl hij niet moe is. Bij een knuffel, bij bezoek, bij een kind dat op hem afrent.
Kop of lichaam wegdraaien, wegkijken, oogwit tonen.
Vertragen of stilstaan. Een hond die langzamer gaat lopen als er een andere hond aankomt, is niet koppig; hij is beleefd.
Gaan zitten of liggen.
Curven. Met een bochtje naar iets toe lopen in plaats van in een rechte lijn. Sociaal vaardige honden beginnen al op twintig tot dertig meter met een bocht.
Plots snuffelen aan de grond, zonder dat er iets te snuffelen valt.
De zijkant tonen. Een hond die zich met zijn flank naar de ander draait, zegt “geen bedreiging”.
De spelboog. Voorpoten plat, achterste omhoog: “dit is spel”.
Pootje heffen. Een intentiebeweging: hij twijfelt tussen blijven en weggaan.
Uitschudden. Na een spannend moment: de spanning eruit schudden. Een goed teken.
Beleefdheid of stress?
Veel kalmerende signalen kunnen ook stresssignalen zijn. Het verschil zit in drie dingen: de context, de herhaling en de combinatie. Een gaap na het wakker worden is een gaap. Een gaap als je je jas pakt, gevolgd door tongelen en wegkijken, is spanning.
In de Stressless Wandelen-cursus gebruiken we een stoplicht:
Groen. Je hond is nog ontspannen en alert en gebruikt kalmerende signalen om een conflict voor te zijn: vertragen, wegkijken, snuffelen, zijkant tonen. Laat hem kijken en maak zelf een bocht als de ander recht op jullie afkomt.
Geel. Kalmerende en stresssignalen door elkaar: tongelen, oren naar achteren, een gesloten mond met spanning rond de snuit, gapen, de adem inhouden. Eenmalig is niets; meerdere keren achter elkaar betekent oplopende spanning. Blijf erbij en maak een curve.
Oranje. Echte stress: sneller ademen, vaker tongelen, opgezette rugharen, sneller lopen of trekken, een stijve houding. Nu is afstand de enige goede oplossing.
Hoe meer signalen je tegelijk ziet en hoe sterker ze zijn, hoe dringender je hond ruimte nodig heeft. In Hoe herken je stress bij je hond? staan de signalen in oplopende volgorde uitgewerkt.
Wat jij ermee doet
1. Reageer erop. Een kalmerend signaal is een vraag. Draait je hond zijn kop weg als je hem aait, stop dan en kijk of hij terugkomt. Vertraagt hij als er een hond aankomt, trek hem dan niet mee maar laat hem kijken. Gaapt hij bij een knuffel, dan is de knuffel voor jou, niet voor hem.
2. Wees zelf beleefd. Wij lopen in rechte lijnen op honden af, staren, reiken over de kop en praten. In hondentaal is dat onbeleefd. Het zijn vaak juist de mensen die het meest van honden houden die dat onbewust het meest doen. Benader een hond met een bochtje, draai je zijkant, houd je handen bij je, kniel of hurk, en aai onder de kin of op de borst in plaats van over de kop.
3. Gebruik de signalen zelf. Je kunt precies dezelfde taal spreken: vertragen, stilstaan, je zijkant tonen, wegkijken, met een bochtje lopen, niet te lang aankijken. Gaat je hond vast in een blik naar een andere hond, ga dan rustig tussen hem en de ander in staan, met je zijkant naar je hond en zonder iets te zeggen. Honden doen dat ook voor elkaar. Doe het voordat de reactie begint, niet erna. En als je één hulpmiddel onthoudt: een lage, open hand met de palm naar je hond, zonder oogcontact. Een verkleinde versie van ertussen staan, die betekent “ik regel dit”.
4. Praat minder. Praten is het gereedschap dat een hond het minst begrijpt. De meeste geluiden die honden zelf maken betekenen opwinding of alarm, dus onze stem klinkt voor hen gespannen. Stil worden en een gebaar maken kalmeert een hond letterlijk.
Kalmerende signalen tijdens spel
Leuk spel herken je aan losse lijven, veel kalmerende signalen, pauzes, honden die zich aanpassen aan de ander en rolwisseling. Grommen en happen horen daarbij, zolang de kaken en de kop ontspannen zijn. Zorgelijk wordt het bij strakke gezichtsspieren, harde ogen, een stijf rechtop lijf, geen pauzes en geen rolwisseling. Grijp in bij de eerste tekenen dat het kantelt, niet als het al mis is. Meer over hondenontmoetingen lees je in Het sociale leven van je hond verbeteren.
Wanneer schakel je hulp in?
Als de kalmerende signalen niet gehoord worden, gaat een hond luider: tanden laten zien, grommen, snappen, uitvallen. Dat zijn afstandvergrotende signalen en die respecteer je altijd: stop wat je doet en vergroot de afstand. Bijt je hond, of laat hij echte agressie zien, dan is dit geen artikel om mee te oefenen: schakel een gekwalificeerde gedragstherapeut in.
Veelgestelde vragen
Mijn hond gaapt als ik hem knuffel. Is hij moe?
Waarschijnlijk niet. Een gaap tijdens een knuffel is een kalmerend signaal: hij vindt het spannend of te veel. Stop even, haal je handen weg en kijk of hij terugkomt. Zo niet, dan was het genoeg. In Waarom gaapt mijn hond zo veel? lees je meer.
Hij snuffelt ineens aan de grond als er een hond aankomt. Negeert hij die?
Nee, hij is beleefd. Snuffelen en wegkijken zeggen tegen de andere hond: “ik zoek geen ruzie”. Laat hem, en maak zelf een bocht als de ander recht op jullie af komt.
Hij kijkt weg als ik hem aanspreek. Negeert hij mij?
Nee. Aankijken is in hondentaal confronterend; wegkijken is respect. Kijk zelf ook niet te lang en draai je iets weg, dan komt hij makkelijker naar je toe.
Kan ik de signalen echt zelf gebruiken?
Ja, en het werkt verrassend goed. Vertragen, stilstaan, je zijkant tonen en wegkijken begrijpt elke hond, ook een vreemde.
Lees ook
Van lezen naar zien
Dit zijn de signalen op papier. Ze in het echt zien, in het tempo van je eigen hond, is een vaardigheid die je oefent. In het gratis webinar Communiceren met je Hond laat ik je de vijf stresssignalen zien die bijna iedereen mist, op beeld, en leer je een simpele techniek om erop te reageren zonder je stem.
Wil je daarna de hele toolkit leren, van splitsen en curven tot het handsignaal en het aandachtsignaal? Dat is de cursus Liefdevol Communiceren.
Namens mij en alle honden hartelijk bedankt voor het lezen!
Amee van Stressless Dogs
Hondengedragsconsultant & Natural Dog Trainer
Wil je je hond écht begrijpen?
In het gratis webinar ontdek je hoe liefdevolle communicatie de basis legt voor een ontspannen hond en een sterkere band.
Bekijk het gratis webinar